De Sarabande is een oude paar-dans in driedelige maatsoort. Volgens de jongste onderzoekingen was het oorspronkelijk een Mexicaanse vruchtbaarheidsdans, door één vrouw gedanst. Ingevoerd in Spanje, kwam de sarabande daar tot ontwikkeling. Door het sterk erotische karakter werd deze dans door de inquisitie als aanstootgevend beschouwd en dientengevolge in 1598 door Filips II verboden.
Desondanks is de sarabande in de 17e eeuw een hofdans geworden en ook doorgedrongen in West-Europa. Met de verspreiding in Europa ging een wijziging van het karakter van deze dans gepaard: het werd een statige hofdans in ¾ maat. In deze vorm werd hij opgenomen in de instrumentele suite, als derde in de rij allemande, courante, sarabande, gigue. Karakteristiek is het ritmische accent op de tweede tel.
Het tempo is overwegend niet snel maar loopt uiteen bij de verschillende componisten. Bekende literatuurvoorbeelden vindt men bij Corelli, Fr. Couperin, Joh. Seb. Bach, Händel, later ook bij o.a. Debussy (in 'Images'), Stravinski (in het ballet 'Agon') en bij Erik Satie.